woensdag 6 april 2011

Podolskaja VII: Waarin, ach ja... Goed. En waarin: de Donderaar een wolk van een kind in zijn armen houdt: Irisa.

We waren alweer een tijd geleden binnen gaan zitten om de babyfoon beter te kunnen horen. Sergei Leonidovitsj drinkt zijn bier.

SL: Heb je de piepers al geschild en eet onze gast ook mee?
BEP: Daar hebben we onze werkstudente toch voor. Eet je mee Nepomuk?
SNK: Graag, ik heb honger en dorst.
SL: Gretig. Een man naar mijn hart. 
BEP (met luide stem): Anna, ben je al met de aardappels begonnen? We hebben een gast, doe er maar een paar extra bij! Dat geldt ook voor de flessen wijn!
SL: En kom je even voorstellen. Dat is wel zo sjiek, dat meneer Komanov kan zien wie hier de kokkin is.

Een andere deur opent zich.
 
Werkstudente Anna op weg naar de aardappelboer
SNK: Dat meneer Komanov kan zien wie hier de kokkin is...
A: Hoi! Ik moest mij voorstellen? Anna.
SNK: Oh jee, hallo, zijn de piepers van een goede oogst vandaag? 
A: Ja zeker, ik heb ze bij de boer gekocht. Lekker ziltig zijn ze.
BEP: En de kabeljouw?
A: Van hetzelfde, maar dan bij de afslag gekocht.
SL: Goed.
BEP: Goed.
SNK: Goed.
A: Goed. Zal ik?
SNK: Goed.
SL: Ah joh, drink er eentje mee.
A: OK.
SNK: Goed.
BEP: Meneer is diëtist. Dat is wel interessant voor jou, niet?
A: Nou ja, ik hou van lekker koken en voor mijn studie filosofie waar ik mee bezig ben zal het ook zeker handig zijn. Voeding vormt de geest, dat is mijn overtuiging.
SNK: Goed.

Dan klinkt de babyfoon.

SL: Godverdomme, wilde ik net nieuw bier gaan halen!

Sergei Leonidovitsj rent weg en komt terug met in zijn armen Irisa.

I: Wwwwhhèèèiii!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen