zondag 20 maart 2011

Falderappes

Deze

Deze, of...



Ik liep op straat, zomaar op straat, ik had geen haast en liep op straat. Naast de straat lag een gracht, met een bocht erin. Naar links ging die en niet naar rechts, want rechts stonden bomen. Gewoon, met groene bladeren en een bruine stam. En tegen een van deze bomen stonden ze te plassen. Het falderappes. Twee slungels, tuig van de richel, geteisem, uitvaagsel. Allebei gaf ik ze een klap, zo hard dat ze op de grond vielen. De een met zijn lelijke hoofd op een grindpad, de ander met zijn stinkende bek op een uitstekende wortel. Voordat ze weer konden opstaan heb ik ze in hun kruis geschopt. Ze krompen ineen van de pijn. Toen ben ik op hun hoofden gaan springen en ik had een fijne dag want ik had mijn designschoenen aan met houten hakken.
Af en toe moet je je agressie kwijt en lelijke mensen ontvangen graag. Ook faecaliën. Dus nadat ik hun schedels hoorde breken, ben ik uitgebreid over hun hoofden gaan poepen en tegen de bejaardes die voorbij liepen en enigszins bevreemd hun lepe ogen over het tafereel lieten gaan, tegen hen zei ik: Hé homo's, heb ik wat van je aan ofzo? Mijn bilnaad veegde ik af aan het hoofdhaar van de onnozelen die ik een lesje had geleerd. En geen woord van dank kon er vanaf. Kijk, dat is nou de schuld van particulier onderwijs. In plaats van dat ze leren daar dankbaar te zijn met hetgeen ze krijgen vragen ze alleen om meer. Want weet je wat het bloedend plebs daar in het park zei? Moet u ook niet plassen? Kunt u het zich voorstellen? Kortom, ze gingen alle grenzen te buiten. Gelukkig ben ik wel redelijk gebleven. Ik rukte de pruik van twee van de langslopende bejaardes af, zette die op de hoofden van mijn  jongens en dwong hen de bus in, bij de halte op de hoek van het park, daar waar de boterbloemen in de lente zo mooi bloeien en de kindertjes met vederlicht wapperende haartjes vredig ravotten terwijl hun ouders op de bankjes naast het veldje van de zon genieten en een ijsje eten. En let u ook wel eens op de jongens en meisjes in soepele trainingsbroeken die er denken aan sport te doen omdat ze op een hoger tempo dan wandeltempo lopen? De concentratie op hun gezichten is ontroerend. Mijn sukkels checkten in en gedrieën namen we plaats op de achterbank. Twee haltes verderop stapten we uit en ik gebood hen op de stoeprand te bijten zodat ik nogmaals op hun hoofden kon springen. Daarna ben ik op de stoep gaan lopen, enigszins bedroefd over het feit dat de jongens mij niet hun eeuwige dankbaarheid hadden betuigd. Want weet je wie hun vaders waren? Zomaar twee mannen, met een reclamebureau'tje, grijze muisjes die denken dat het woord fantasie slechts betrekking heeft op hagelslag. Maar ze zijn wel goedhartig, ook al stemt er een van hen op de Partij van de Dieren en de ander op het CDA. En ik liep op de stoep en die ging naar links en dacht evenwel milde gedachtes: Je kunt maar beter niet lelijk zijn. 

Deze, een van de schoenen waarmee ik over straat liep, gepoetst

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen