maandag 14 februari 2011

Podolskaja IV: Waarin het gesprek hoger reikt en een bepaald iemand zijn intrede doet, meer specifiek: Sergei Leonidovitsj

BEP: En dan hebben we nog Boris Vladov. Dat was een vriend die ik al kende vanaf de basisschool. Hij zat graag in de sportschool, dus op een dag dacht ik: laat ik 'm daar eens opzoeken. En ik had gezopen jòh die dag. Ik loop de sportschool binnen, zie hem tussen de gewichtheffers bezig en wankel naar hem toe. Ik roep: "Kan er nog een kilo'tje bij!" De jongens kijken mij aan en dachten vast: "Bij jou niet meer, meisie." Daardoor werd ik onzeker en ik val om, tegen Boris aan, die daardoor de gewichten op zijn nek krijgt. Dat was het. Dat waren mijn vrienden. Er bleef er nog eentje over: Olga Forsj. Een hartstikke aardige meid, maar zonder speciaal karakter. Gewoon burgerlijk.
SNK: Het leven is een pijpkaneel: eenieder zuigt eraan en krijgt zijn deel. Toch? Maar weer terug nu naar waar ik al heb gevraagd, naar wie ik al heb gevraagd: je man. Hoe ben je hem tegen het lijf gelopen. Dat was nadat je bent gaan diëten?
BEP: Ja. Olga had vakantie gevierd op de Krim, kwam hyperslank terug en vertelde het verhaal over hoe dat zo was gekomen; alle slanke meisjes die ze daar had zien lopen volgden jouw dieet. Dat was ze zelf ook gaan doen en ik daarom eveneens. En ik kon gewoon doordrinken en koteletjes met jus blijven eten. Fantastisch!
Goed, Ik viel waanzinnig veel af, kreeg energie genoeg voor een heel leger, mijn huid werd glad als een spiegel, daarbij ging ik behoorlijk glimmen en van een zielig kasplantje werd ik een frisse, vitale, ontluikende bloem, met een warme uitstraling bovendien. Ik begon het steeds meer naar mijn zin te krijgen en ging bij mezelf te rade wat ik nou het liefste wilde om de kost te verdienen. Dat was een eigen slagerijtje met kwaliteitsvlees en aanverwante delicatessen. Nou, dat was zo gefikst. Ik denk dat ze bij de bank direct voor mijn natuurlijke charme vielen en de flessen wodka die ik meebracht voor bij de zakelijke gesprekken. Nu hoef ik niet te zeggen wie mijn eerste vaste klant werd.
SNK: Hoei! Dan doe ik het: Sergei Leonidovitsj!
BEP: Helemaal. Elke week op vrijdag haalde hij zijn biefstukjes en gehakt bij mij, en af en toe ragout of de vleesbouillon die ik maakte, en later kwam hij ook op woensdag en zaterdag. "Ja." zei hij dan "mijn vrienden lusten zo graag vlees." En ik wist wel dat dat zo was, maar ook dat hij het vrouwenvlees niet ongaarne zag en dat dat van mij toen bijzonder sappig was. Net als nu eigenlijk.
SNK: Maar dat moeten er meer gezien hebben. Waarom viel Sergei je op?
BEP: Weet je, in het begin van mijn bloeitijd en na het opstarten van mijn slagerij zag ik veel mannen. Oudjes met kromme ruggen die heel vies en smakkend op harde snoepjes kauwden met hun vermolmde kunstgebit, zonder uitzondering, ze stonken ook nog. Gadverdamme zeg, als ik daar nu nog aan terugdenk, moet ik weer kokhalzen.
SNK: En uw halsje is zo tenger als, uhhh, nou ja, kokhalzen lijkt mij geen goed idee in ieder geval. Oude mannetjes interesseren mij ook niet.
BEP: Sorry hoor, ik wilde alleen het contrast schilderen met hem: Sergei Leonidovitsj! Jongen, toen hij mijn winkeltje binnenkwam was het of ik met mijn gekoelde vitrine vol vlees ten hemel was opgenomen en voor de Here God stond; een lichtende cirkel. Dat voelde ik toen want ik las Dante. Maar mijn man: Sergei Leonidovitsj, is niet van de gebogen lijn, nee, hij is van de rechte lijn, als uit de kuit van Zeus geboortig. Scherp en toch een massief brok man. Fier als Hercules tegenover de Hydra. "Vier koteletten en een stuk leverworst alstublieft." Dat waren de eerste worden die hij sprak, tegen mij.


Idealiserend beeld van Sergei Leonidovitsj die de slagerij van Boleslava binnenstapt.Privécollectie Fam. Leonidovitsj









SNK: Tsjonge jonge, je had gelijk de hoofdprijs te pakken.
BEP: Ja want hij bestelde koteletten en die had ik net vers gemarineerd. Heerlijk waren die en in de aanbieding, drie voor de prijs van twee, dus zei ik: "Als u er nou zes koopt, betaalt u er vier, is dat een mooie afspraak?" Het woord afspraak in de eerste zin die ik tegen hem zei, was een prefiguratie, want weet je wat hij voor bij het eten op onze eerste date bestelde?
SNK: Ach, was ik daar maar de slagerij binnen  gelopen.
BEP: Twee koteletjes! En pas zoenen toen ze helemaal op waren hè. Eerder mochten we niet van elkaar. Dat was ook een lekkere smaak, die nasmaak van mijn marinade op elkaars lippen.
SNK: Ik krijg er dorst van!
BEP: Een wijntje dan maar? Ik heb een heel goede uit 1979, wit, Frans, romantisch.
SNK: Een romantische wijn. Prima. 
BEP: Zullen we buiten op het terras gaan zitten? Helios vliegt in zijn wagen met vlammensnuivende paarden zo mooi langs de Russische kimme vandaag.
SNK: Griffioenen, dat kunnen het ook zijn, maar meestal paarden, dat klopt. 

Buiten

BEP: En hij nam de zes koteletjes...


Archaïserende afbeelding van Sergei Leonidovitsj in de boot van Helios, zijnde de pot waarmee de Zonnegod de rivier Oceanos overstak teneinde zijn plaats van opkomst in het oosten te bereiken. Privécollectie Fam. Leonidovitsj


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen